maandag 30 september 2019

Wandeling in Buulderbroek: de herfst doet zijn intrede

Wat hebben we een prachtige zomer gehad. Lekker veel buiten, veel gewandeld, veel foto's gemaakt, tot lang in de avond buiten gezeten. Maar daardoor er ook niet toegekomen om mijn foto's van de wandelingen op mijn blog te zetten. Van de ene kant vind ik dat jammer, maar van de andere kant had ik die mooie zomerdagen ook niet binnen willen zitten. Ik zie dat ik op 18 juni ben blijven steken....
Dus ga ik met terugwerkende kracht mijn blogjes alsnog schrijven. Ik begin vandaag met mijn wandeling van de laatste dag van september: een wandeling in het mooie Buulderbroek. Daar is het altijd mooi, wat voor seizoen het ook is.

De maand september was eigenlijk een hele normale maand wat het weer betreft, we hadden alleen wat meer zonuren dan gemiddeld voor deze maand (154 tegen 143). De neerslag was ook gemiddeld, al was het in onze regio wel erg droog. Een groot deel van september schommelde de temperatuur overdag rond 20 graden. Slechts één keer schoot het kwik flink omhoog, namelijk in het weekend van 21 en 22 september. Het was volop nazomer met veel zon en zomerse maxima. Op 22 september, de warmste dag van de maand, werd het in Maastricht 28,4 graden. Ongelooflijk! Maar er waren deze maand ook een aantal koude nachten. Op 18 september werd voor het eerst na de zomer vorst aan de grond gemeten. De nacht daarna was het zelfs nog wat kouder. Het weekend van de 28e was onstuimig met wind en regen en een stevige zuidwester. Daarmee deed de herfst zijn intrede. Maar vandaag was het weer zonnig. Dus er waren ineens een heleboel paddestoelen te zien. En dat was een beetje raar, want er vlogen ook nog bijen en libelles en ook nog wat vlindertjes, en hier en daar stonden ook nog bloemetjes in bloei. Een leuk vrolijk geheel dus.

Dit is de zwartpurperen russula (Russula atropurpurea) :
een tamelijk grote paddenstoel (diameter 4 tot 10 cm), die in nauwe samenwerking (ectomycorrhiza) leeft met verschillende boomsoorten, vooral loofbomen als eiken, beuken, maar ook naaldbomen zoals de den. Hij heeft een voorkeur voor oude bomen, d.w.z. bomen van 50 jaar of ouder. Russula betekent roodachtig:


Dit is het gewoon eekhoorntjesbrood (Boletus edulis), en zo te zien hebben ze er al van zitten smullen: een boleet is te herkennen aan zijn buisjes onder de hoed die op een spons lijken:


Dit kleine paddestoeletje is de beukwortelzwam (Xerula radicata):
zoals de naam al zegt vind je hem bij beukenbomen. Hij is herkenbaar aan zijn opvallende slijmerige radiaal gerimpelde hoed die lijkt op een kleine doorgezakte parasol. De zachte kleuren van zijn hoed (geel- tot grijsbruin)  en de kaarsrechte, stevige, lange witte tot geelbruine steel zijn kenmerkend voor de soort:


De hoed kan een maximale doorsnede bereiken van zo'n 15 cm. De steel heeft net als sommige planten een penwortel die tot 30 centimeter diep kan wortelen. Ze leven op levend (parasitair) of dood, ondergronds hout (saprotroof) van beuken. Het zijn dus paddestoelen met een wortelende steel.

Dit is denk ik de melkboleet (Suillus granulatus):
Als dat zo is....want ik heb nog niet goedkeuring van waarneming, is hij een bedreigde soort. Herkenbaar aan zijn 1ot 10 cm grote kleverige, glanzende, roestbruin tot gelige hoed. De buisjes zijn bleekgeel tot geelbruin. De steel is citroengeel, met witte of bleekgele, waterafscheidende korreltjes aan de steeltop, de basis heeft een wijn- tot bruinrode tint. Ook hier is al aan geknabbeld:


Dit is het koperrode gordijnzwammetje (Cortinarius uliginosus ):
te vinden in de buurt van wilgen op een zwarte bladlaag. De hoed is 3-5 cm en de steel ongeveer even lang, de kleur is koper-oranje met een wat warmere kleur in het midden:


Dit is de roodbruine schijnridderzwam (Lepista flaccida):
een algemene paddenstoelensoort die ook wel de roodbruine trechterzwam wordt genoemd omdat de hoed de vorm heeft van een trechter, zoals je kunt zien. Je ziet ze van september tot januari in de strooisellaag van loof- en naaldbossen en ze staan vaak met velen bij elkaar. Het oppervlak is glad en de kleur okerbruin tot roodbruin. De lichte rand is lang ingerold. De witte of cremekleurige lamellen staan zeer dicht op elkaar. De hoed kan tot 8 cm groot worden:


Dit is de breedplaatstreephoed (Megacollybia platyphylla):
een plaatjeszwam, te herkennen aan de opvallend radiair vezelig-streperige grijsbruine hoed. De lamellen bollen soms wat onder de hoedrand uit en staan wijd uiteen. De steel is wit met een beetje bruin en fijn overlangs gestreept. Te vinden in bosstrooisel en op begraven hout:


Dit is de gewone fopzwam (Laccaria laccata):
de naam geeft al aan dat hij moeilijk te herkennen is, vooral wat betreft de kleur van de hoed. Daarvoor kun je beter naar de lamellen kijken. Die zijn dik, rozeachtig tot vleeskleurig en wasachtig en staan ver uit elkaar. De hoed heeft een doorsnee van 2-4 cm en is gewelfd, licht klokvormig. Soms in het midden verdiept. Bij vocht is de hoed roodbruin met een gestreepte rand zoals hier is te zien, bij droogte is hij geelachtig-bruin. De steel is roodachtig-bruin en vaak gebogen:


Mooi hoor, deze fopzwam!

Op dit pad zag ik in de verte een roofvogel, die ik er al vaker heb gezien, hij was te ver weg om te fotograferen, maar dat ik hem gezien en gehoord heb vind ik op zich al heel erg fijn. Het was de slechtvalk.


Het is hier zo mooi, je moet er zelf gaan kijken, wat ik zie kan ik niet altijd goed vangen in mijn foto's. Je moet het ook ervaren, de rust, de schoonheid van de natuur, het veelvoud aan planten en insecten. Het is zo heerlijk om hier te lopen. Rechts in het bos zitten ook ijsvogels: ik heb ze gezien maar niet kunnen fotograferen...helaas. Ze vallen je meteen op als ze overvliegen.

Het koninginnekruid (Eupatorium cannabinum) is uitgebloeid en geeft met het tegenlicht van de zon een schitterend effect aan de zaadpluizen. Deze wilde inheemse plant is erg aantrekkelijk voor veel bijen en vlinders en andere nectarliefhebbers:


Je verwacht niet nu nog bloeiende bloempjes te zien, maar dit klein bloempje is het watermuur (Myosoton aquaticum), een wild plantje wat bloeit van juni tm oktober. Het heet zo omdat het in water groeit maar ook op natte graslanden, zoals hier. De schattige witte bloempjes zijn slechts 1½ cm groot. De vijf kroonbladen zijn tot aan de voet ingesneden waardoor het lijkt alsof ze 10 blaadjes hebben. en zijn langer dan de 5 groene kalkbladen:


Nog zo'n ieniemini plantje: het harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata): een klein plantje wat als onkruid wordt gezien, met kruisgewijs geplaatste bladeren die aan de onderkant lange haren hebben. 
Ze bloeit van juni tot de herfst met 5 mm grote, kegelvormige bloemhoofdjes, die bestaan uit gele buisbloempjes en (meestal) vijf witte, driepuntige lintbloempjes:


De valse kamille (Anthemis arvensis) bloeit ook van juni tm oktober maar heeft ook haar mooiste tijd erop zitten:


De wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum): bloeit vanaf juni tot soms wel nog in oktober:


Het zwart tandzaad (Bidens frondosa): een bossig vertakte plant met vuurrode stengels en bloeiende bloemen in augustus-september:


Er waren hier wel nog veel libellen te zien: bruinrode libellen. Het zijn ws heidelibellen (Sympetrum) waarvan er wel 66 soorten bestaan. Deze libel zat op een drooggevallen modderplek en de foto is niet al te duidelijk. Ik kan dus niet goed determineren welke heidelibel het is. De soorten zijn onderling sowieso niet altijd makkelijk uit elkaar te houden. Veel soorten kunnen het best op naam gebracht worden door te kijken naar de combinatie van verschillen van bepaalde lichaamskenmerken bv de poten (gestreept of ongestreept), de streep onder het oog (deze kan doorlopen langs het oog of niet) en de aan- of afwezigheid en de grootte van de oranje gloed aan de vleugelbasis, welke wordt veroorzaakt door een oranje beharing. Maar dat is dus niet goed te zien op mijn foto:


De gewone pendelvlieg  (Helophilus pendulus) was ook nog in grote getale aanwezig, ze zijn te zien van april tot oktober, en deed zich tegoed aan het koninginnekruid. Een mooie vlieg met zijn contrasterende zwarte en gele lengtestrepen op het borststuk. Het achterlijf heeft een patroon met gele, zwarte en grijze vlekken. Ook midden op de kop zit een streep:


Het is een dankbaar beestje wat heel rustig op de bloem blijft zitten zodat je hem goed kunt fotograferen:


Misschien ook leuk om te vertellen: de larve van de gewone pendelvlieg leeft in het water en heeft een buisje om lucht van het oppervlak te kunnen ademen. Het ziet er uit als een snorkel. Ze kan zelfs in de modder tot ontwikkeling komen wanneer die vochtig genoeg is! Ze stelt geen hoge eisen aan de kwaliteit van het water en kan dus overal in het water aangetroffen worden mits het water rottend materiaal bevat.

Hier een paar woeste sluipvliegen: dit vind ik de mooiste onder de vliegen: ik heb een speciaal blogpost aan deze vlieg gewijd: zie: http://natuurfotografieanitasart.blogspot.com/search?q=woeste+sluipvlieg


Ze zijn zo mooi met hun woeste donkere beharing:




Gewoon...een paar eikels aan een boom:


Maar niets in de natuur is gewoon. Als je je verdiept in wat voor insect of plant dan ook zul je zien dat elk exemplaar uniek is en soms heel bijzonder. Wist je bv dat het wel 6 tot 24 maanden kan duren voordat een eikel kiemt? Daarvoor heeft het een koude periode nodig (in de winter) als hij afgevallen op de grond ligt. Eikels rijpen, net zoals kastanjes aan het eind van de zomer en het begin van de herfst. De zomereik is altijd de eerste met rijpe eikels vanaf juli. Wintereik, Amerikaanse eik en witte paardenkastanje volgen meestal in augustus of september. Afhankelijk van het weer vallen de meeste eikels en kastanjes in september en oktober van de bomen. De eikennoot heeft 1, soms 2 zaden.

Eikels zijn belangrijk voedsel voor dieren, zoals muizen, eekhoorns, wilde zwijnen, hertachtigen, sommige eenden en andere vogels en beren die in de buurt van eiken leven. Bij deze dieren bestaat soms 25% van de wintervoorraad uit eikels. Vroeger werden eikelsgebruikt om varkens te voeren (mast). Maar voor paarden zijn ze giftig!

Hier regent het straks eikels.....haha....


Dit is een bijvliegensoort, welke precies is niet te zeggen, daarvoor is deze foto niet duidelijk genoeg.
Bijvliegen Eristalis doen door hun kleuren en beharing aan honingbijen denken.. Ze hebben korte antennen  die korter zijn dan de kop. Bij bijen zijn de antennen altijd lang.
Ze komen overal in het land voor. Er zijn 14 soorten uit Nederland bekend, waarvan er zeven tot onze algemeenste zweefvliegen behoren. In elke achtertuin kom je ze wel eens tegen: de blinde bij Eristalis tenax, of een kegelbijvlieg, een kleine bijvlieg, een puntbijvlieg, een bosbijvlieg of een hommelbijvlieg. tsja....welke deze is moet ik dus even schuldig blijven.


Dit is de blinde bij (Eristales tenax): geen bij en ook niet blind maar gewoon een zweefvliegje; waarom hij dan zo heet? Waarschijnlijk omdat hij wel heel erg op een bij lijkt maar niet kan steken. Daarnaast heeft hij rijen haren op zijn ogen wat mogelijk tot de gedachte leidde dat hij blind was:


Het Look zonder Look:


Ook al zo'n aparte naam. Een wilde plant die als je zijn blad wrijft naar knoflook ruikt (look), maar botanisch gezien niet verwant is aan look.

Deze mooie flinke paddestoel is de zwarte berkenboleet (Leccinum melaneum), die groeit in augustus-september in de buurt van berken. Hij is bruinzwart tot grijszwart met een gebolde tot uitgespreide, later kussenvormige, matte hoed  met een doorsnee van 4-12 cm. De steel is wit met grove zwarte schubben, en is onderaan wat dikker:


Maar ook de kleinere paddestoeltjes zijn mooi. Dit is het vagggegordelde gordijnzwammetje (Cortinarius anomalus). Een vrij algemene paddenstoelensoort, te zien van augustus tot en met oktober, in loof- en naaldbos, vooral onder berken, beuken, eiken, wilgen en fijnsparren, op een zure bodem. De hoed kan wel tot 7 cm worden en is mat en vezelig. De rand is bleek violet, het centrum geelbruin. De steel is tot 9 centimeter hoog en tot 11/2 centimeter dik. Als hij volgroeid is is hij mooi gewelfd:


Dit zijn rode zwavelkopjes (Psilocybe sublateritia), ze groeien zoals is te zien op dood loofhout:


Ik bleef me verbazen hoeveel verschillende paddestoelen er al te zien waren. Ik had immers nog helemaal niet het typische herfstgevoel. Voor de verandering weer eens een boleet: de kleine aardappelboleet (Scleroderma areolatum) : we kennen hem wel: als je erop trapt ontploft hij en komen de sporen vrij. Hij is ruw door de hoekige schubjes. Hij heeft geen steel, eigenlijk alleen maar een korte, steelachtige basis:


Hier groeien twee soorten op een stobbe: onderaan de zwavelkopjes, bovenaan: dat is een lastige: het zou de plakkaattolzwam kunnen zijn, een buisjeszwam, maar dat is nog niet helemaal duidelijk. Heb hem aangemeld bij waarneming: 




Het eikenbladzwammetje (Collybia dryophila): groeit in grof strooisel van loofbomen. Hier temidden van een pluk mos:


En dit is de plek waar al dat moois aan de kant te zien is, mits je er oog voor hebt. De omgeving alleen al is adembenemend mooi, maar voor paddestoelen moet je ook naar beneden kijken. Gelukkig had ik tijd genoeg, om van al dit moois te genieten:


Ik zag ook een kleine bruine kikker wegschieten, hij had een prachtige schutkleur:


Ik hoorde hem niet. Als het nog laat zomerweer is, zoals we nu ook hebben gehad, kunnen de kikkers in de war raken. Je kunt ze dan horen roepen, wat ze normaal in het voorjaar (maart) doen: een signaal dat mannetjes van plan zijn om zich voort te gaan planten. Bruine kikkers zijn samen met de heikikkers de eerste dieren die zich gaan voortplanten in het voorjaar. Al voor de vorstperiode is begonnen zijn zowel de mannetjes als de vrouwtjes voorbereid op de voortplaning. De mannetjes hebben dan paarborstels op hun duimen en de vrouwtjes hebben hun buik vol met eieren. Lage temperaturen zorgen dat dit proces wordt afgeremd. Als dit niet gebeurt denken de dieren dat het al voorjaar is:


Temidden van het gras de grasleemhoed (Agrocybe pediades): kleine, bleekbruine paddenstoeltjes die vanaf het voorjaar tot in de nazomer te zien zijn o.a. op open plekken in het bos. De hoed heeft een doorsnee van  0.5 tot 3.5 centimeter. Hij is aanvankelijk halfbol- of enigszins kegelvormig, maar wordt later meer afgeplat. Het oppervlak is glad en enigszins vettig, vaak wat gebarsten, bij vochtig weer bruingeel en bij droog weer bleker:


Op sommige plekken was het echt heel erg drassig. Naast mijn eigen zoolafdruk een mooie footprint van een ree in de modder:


Het is hier zo avontuurlijk: hier kun je nauwelijks tussen het riet doorlopen, maar dat vind ik juist zo leuk: dat spannende:




Insecten waren er niet veel meer te zien. En vogeltjes hoorden we wel, maar ze zien te spotten tussen al dat groen was niet makkelijk. Dus ik hield het maar bij de paddestoelen vandaag. Soms staan er meerdere soorten bij elkaar: die rode dat is de broze russula (Russula fragilis) : de hoed is gewelfd tot vlak en is licht ingedeukt in het midden. De afmeting bij een volgroeid exemplaar is 2 tot 5 cm en kan diverse kleuren hebben: donkerpaars, purperrood, roze, olijfgroen, geel of een combinatie hiervan. De kleur loopt donkerder naar het midden toe. Bij oudere exemplaren vervaagt de kleur meestal. De rand van de hoed is zeer dun en is bij oudere exemplaren vaak geribbeld door de smalle aanhechtingen van de lamellen. De fragiele witte steel is 3 tot 6 centimeter hoog en heeft een doorsnede van 5 tot 15 mm:


Witte paddestoelen vind ik zelf ook heel erg mooi; dit is de witte knolamaniet (Amanita citrina var alba) : hij heeft een bolvormige gewelfde tot vlakke ronde hoed, die 4 tot 10 cm in doorsnee kan worden. Het oppervlak is meestal glad, maar kan soms lokaal oranje tot lichtbruine oneffenheden vertonen. De hoed en de steel zijn ivoorwit tot bleek citroengeel van kleur: 


Hij wordt 6 tot 12 cm hoog en heeft een knolvoet. Hij schijnt naar rauwe aardappelen te ruiken, maar dat heb ik niet getest:


Mooie boomstronk:


Een flinke opvallende verschijning is de parelamaniet (Amanita rubescens): een paddestoel die vaak wordt aangetast door insecten. Hij is vleeskleurig tot roodbruin, een bolronde hoed:


die later gewelfd wordt, zoals hier is te zien. De rand van de hoed heeft geen ribbels. De 7-12 cm lange en 1-2 cm brede steel is wit met roodbruine vlekken of strepen. Het manchet is fijn geribbeld. De steel is onderaan uivormig verdikt:


Er is al lekker aan geknabbeld, net zoals aan dit eekhoorntjesbrood (Boletus edulis): de koning onder de paddestoelen:


En de vliegenzwammen zijn wat mij betreft de koninginnen onder de paddestoelen:




Tsja....je moet er wat voor overhebben haha:


Maar dat heb je nu eenmaal in een nat broekbos:


Maar het was beslist de moeite waard. Wat heb ik genoten vandaag en ongelooflijk veel paddestoelen gezien. Door de aanwezigheid van nog enkele bloeiende struiken en bloemen  en de rode heidelibelles had ik nog niet het gevoel dat de herfst was begonnen. Het is een heerlijke plek om te wandelen hier in het Buulderbroek, maakt niet uit wat voor jaargetijde of weer het is. Je komt er tot rust en er is altijd veel moois te zien.

Tot slot nog een link naar een site met de namen van giftige paddestoelen, want voorzichtigheid blijft geboden: